Om toegang te krijgen tot de wereld op papier en op het scherm is het belangrijk om te kunnen lezen. Dat betekent dat leerlingen niet alleen moeten kunnen decoderen (technisch lezen), maar ook moeten begrijpen wat ze lezen. Om je te kunnen redden in onze maatschappij moet het leesniveau op het niveau liggen dat dat te vergelijken is met het gemiddelde niveau van leerlingen medio leerjaar 6 van het basisonderwijs. Het kunnen lezen is van invloed op je functioneren, je gezondheid en je levensgeluk. Voor veel leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs is dit een opgave die ze vaak met veel moeite onder de knie krijgen; Deze leerlingen zijn, nog meer dan hun leeftijdsgenootjes in het reguliere onderwijs afhankelijk van de kwaliteit van het leesonderwijs op school en de instructie van de leerkracht.

Weten wat werkt
Er is de afgelopen decennia veel (praktijk)onderzoek gedaan naar leesonderwijs in het regulier en het speciaal basisonderwijs. We weten op papier dan ook wat werkt. Het protocol leesonderwijs voor het SBO (2011) en het boek Rijke Taal (Van Koeven & Smtis, 2020) zijn hiervan bekende voorbeelden. De belangrijkste factoren op een rij:

  • Hoge verwachtingen
  • Doelgericht werken; Gestructureerde aanpak ; Werken vanuit leerlijnen
  • Leescultuur; de leerkracht als rolmodel
  • Boeiend leesmateriaal
  • opbrengsten analyseren
  • Voldoende oefentijd en herhaling

Maatwerk
Dit rijtje is niet compleet. Bovendien bestaat er geen blauwdruk voor goed leesonderwijs en is zo’n rijtje op zich geen garantie voor succes. Veel leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs hebben vaak al negatieve ervaringen opgedaan en hebben een zekere mate van weerstand tegen lezen ontwikkeld. De pedagogische relatie met de leerlingen is dus erg belangrijk.
Analyses van data uit het opbrengstenproject tonen bovendien aan dat veel leerlingen een langere tijd nodig hebben om een bepaalde mate van leesvaardigheid te ontwikkelen. Binnen veel scholen wordt dan ook vaak gepleit om het aanvankelijk leesonderwijs te vertragen, terwijl onderzoek aantoont dat dit niet altijd effectief is.
Ook wordt vaak gepleit om af te stappen van de didactiek van de klanksynthese methodes (zoals Veilig Leren Lezen), wanneer het leesproces bij een leerling hardnekkig stagneert. Dit kan voor sommige leerlingen werken, maar (…)
Omdat het lezen zich vaak langzaam ontwikkelt en leerlingen baat hebben bij herhaling, hebben veel leerkrachten de neiging om veel variatie in materiaal en werkvormen aan te brengen, om te motivatie van leerlingen op peil te houden. Bekend is echter dat leerkrachten herhaling van sneller saai vinden dan leerlingen. Bij veel variatie moeten leerlingen vaak overschakelen, waardoor ze het gevoel hebben iets nieuws te doen; dat werkt juist vertragend. Het is dan bijvoorbeeld effectiever om een tekst meerdere malen aan te bieden en een werkvorm aan te bieden waarbij herhaald lezen functioneel is, zoals bijvoorbeeld bij theaterlezen.
Deze voorbeelden laten nogmaals zien dat er geen blauwdruk bestaat voor goed leesonderwijs, maar dat er veel relevante inzichten bekend zijn, waar scholen hun voordeel mee kunnen doen. Ook wordt hieruit duidelijk dat werken aan effectief leesonderwijs een continue proces is dat om maatwerk vraagt.

Meer informatie?
Bé Poolman – b.poolman@effectiefonderwijs.nl – 06-12412849